Bandrecorder geluidsbanden gebruiken dezelfde fundamentele technologie als VHS-banden: magnetisch ijzeroxide gebonden door polyurethaan op een polyester drager. En net zoals VHS lijden ze aan "kleefband-syndroom" (sticky shed syndrome) — het bindmiddel absorbeert vocht uit de lucht en wordt plakkerig. De band plakt aan de leeskoppen, laat bruine resten achter en geeft een karakteristiek piepend geluid bij afspelen.
Dit is bijzonder problematisch voor banden uit de jaren '70 en '80, toen veel fabrikanten formuleringen gebruikten die we nu kennen als bijzonder vatbaar voor het probleem. Ampex 456, Scotch 226 en Maxell UD-XL zijn berucht — het is geen toeval dat veel professionele studio's deze banden hebben moeten "bakken" (een gecontroleerd verwarmingsproces) om ze ooit nog te kunnen afspelen.
Naast kleefband-syndroom lijden bandrecorder banden aan print-through (waarbij signaal van één laag in de spoel migreert naar de aangrenzende laag), magnetisch verval (langzaam verlies van signaalsterkte) en mechanische problemen — gebroken splices, brosse leaders en versleten cue-punten.
Het hardware-probleem is misschien nog kritischer. Professionele bandrecorders zoals Studer en Revox worden niet meer gemaakt. Bestaande exemplaren vereisen regelmatig professioneel onderhoud — uitlijning van de bandkoppen, smering van het transportmechanisme, vervanging van versleten rollers. De meeste oude bandrecorders die u op zolder vindt, zijn niet meer veilig te gebruiken zonder volledige revisie.