Kleurenfoto's van vóór 1990 lijden aan een proces dat we "kleurstof-vervaging" noemen. De kleurlagen — cyaan, magenta en geel — verslechteren op verschillende snelheden. Typisch verdwijnt de cyaanlaag als eerste, waardoor de kenmerkende roze of oranje zweem ontstaat die de meeste oude familiefoto's nu vertonen. Dit proces is chemisch onomkeerbaar in het papier zelf — maar kan tijdens de digitale scan worden gecorrigeerd.
De papieren drager zelf verslechtert ook. Zure papiersoorten, gebruikt in goedkope afdrukken en oudere albums, geven zuren af die de foto van onderaf aantasten. Vocht veroorzaakt vlekken, schimmel en permanente verklevingen — vaak blijven foto's vastzitten aan glazen lijsten, albumvellen of aan elkaar. Hitte laat afdrukken vervormen en kromtrekken.
Polaroids hebben hun eigen specifieke problemen. De chemische laag blijft decennia lang actief, waardoor de afbeelding langzaam vervaagt of juist donker wordt. De witte rand rond de afbeelding verkleurt naar geel of bruin. En veel Polaroids zijn nooit gefixeerd — ze werden ontworpen voor directe weergave, niet voor archivering.
Zwart-witafdrukken zijn algemeen gesproken stabieler, maar kwetsbaar voor zilverspiegeling (zilverafzetting aan het oppervlak dat een metaalachtig uiterlijk geeft), vocht en fysieke schade. Glanzende afdrukken krassen gemakkelijk. Matte afdrukken verzamelen stof en vingerafdrukken die na decennia niet meer te verwijderen zijn.