VHS-C-cassettes gebruiken hetzelfde bandformaat als VHS — magnetisch ijzeroxide gebonden door polyurethaan op een polyester drager — alleen in een kleinere behuizing. Dat betekent dat ze aan exact dezelfde verouderingsproblemen lijden: kleefband-syndroom door bindmiddel-hydrolyse, signaalafname over decennia, kleurvervaging en tracking-instabiliteit.
VHS-C-banden hebben twee extra zwakheden ten opzichte van standaard VHS. Ten eerste de kleinere bandlengte: een T-30 VHS-C bevat slechts 30 minuten opname tegenover 240 minuten voor een T-240 VHS — wat betekent dat de meeste families veel meer cassettes hebben en dat fouten in één cassette een groter percentage van een evenement raken. Ten tweede de adapters: VHS-C werd meestal afgespeeld via een VHS-C-naar-VHS-adapter die de cassette mechanisch in een groter formaat omzette. Deze adapters versleten en konden de bandkoppen krasen of de kleine cassette beschadigen.
De meeste consumer-camcorders van de jaren '80 en '90 die VHS-C opnamen, gebruikten goedkope optische en mechanische componenten. Het opgenomen signaal was vaak al rauw — met flauwe kleuren, ruis bij weinig licht en autofocus-fouten. Op een broadcast deck met externe tijdbasiscorrectie kunnen wij meer detail uit het signaal halen dan de oorspronkelijke camcorder ooit had kunnen weergeven.